Kratéma Judo kids

Kratéma Judo elke maandag van 16.30u /17.30u
voor meer info stuur een mail naar info@kratema.nl

Judo is een van oorsprong Japanse zelfverdedigingskunst, die rond 1882 werd ontworpen door Jigoro Kano. Het woord betekent ‘zachte weg’, waarbij het woordje do verwant is aan tao en naast de betekenis ‘manier’ ook de connotatie heeft van ‘levenspad’. Een beoefenaar van het judo heet een judoka. Judo is een sport die wereldwijd beoefend wordt en tevens een olympische sport is.

Judoka’s dragen een witte katoenen broek (zubon, in katakana (een Japans fonetisch letterschrift voor buitenlandse woorden): ズボン) en een jas (Japans: 上衣 uwagi, overjas), die door een band (Japans: obi 帯) bijeen wordt gehouden. Het geheel noemt men een judogi (柔道着, judokleding), in het westen ook wel afgekort tot gi. Tijdens wedstrijden van hoog niveau, zoals de Olympische Spelen, draagt de ene judoka een wit pak en de andere judoka een blauw pak. Door dit onderscheid is deze dynamische sport beter te volgen voor het publiek en de scheidsrechters. Meisjes dragen een wit T-shirt onder de uwagi. Judolessen vinden plaats in een dojo en beginnen in seiza (geknielde houding). Ook is het een gewoonte, voordat men de dojo betreedt, eenmaal te buigen richting de mat (tatami). Ook voordat men de tatami verlaat, doet men dit als teken van respect.

Graduatiesysteem van judo

In Nederland wordt een graduatiesysteem gehanteerd bestaande uit de lagere kyugraden, lopend van 6e kyu tot 1e kyu, gevolgd door de hogere dangraden, van 1e dan tot 10e dan. Hogere dangraden, zoals 11e en 12e dan, worden als eerbewijs uitgereikt. De graad van de judoka wordt getoond door de kleur van de band.

Graad Kleur Naam
6e kyu wit rok-kyu
5e kyu geel go-kyu
4e kyu oranje yon-kyu
3e kyu groen san-kyu
2e kyu blauw ni-kyu
1e kyu bruin ik-kyu
1e dan zwart sho-dan
2e dan zwart ni-dan
3e dan zwart san-dan
4e dan zwart yon-dan
5e dan zwart go-dan
6e dan rood-wit roku-dan
7e dan rood-wit nana-dan
8e dan rood-wit hachi-dan
9e dan rood ku-dan
10e dan rood ju-dan
11e dan wit (brede band) juichi-dan

Bij judo geeft de kleur van de band het niveau van de drager aan. Een beginner heeft een witte band, waarna geel, oranje, groen, blauw, bruin zwart rood-wit rood en de dikke witte band volgen (de kyu-graden, die van hoog naar laag genummerd zijn — een hoge graad heeft een laag nummer). De wachttijd tussen kyus bedraagt minimaal zes maanden. Hoe hoger de dan, hoe langer de wachttijd.

Voor kinderen en jonge judoka’s tot 12 jaar gelden dezelfde toepassingen behalve voor de zwarte band en hoger. Om te beginnen zijn er zes ‘basis” graden in judo, beginnend met de zesde kyu. Zesde kyu judoka’s dragen een lichtblauwe band, gevolgd door een witte band voor de vijfde en vierde kyu. Derde, tweede en eerste kyu judoka’s dragen een bruine band (of paarse band als de judoka een junior is). Na de eerste kyu dragen judoka’s een zwarte band, wat helemaal niet betekent dat iemand judo volledig beheerst, alhoewel het natuurlijk betekent dat je een zeer vaardige judoka bent. de zwarte band en hoger kan pas behaald worden wanneer de judoka 16 jaar of ouder is. Tussen de meestergraden (zwarte banden; dangraden) is het onderscheid te zien aan witte of gele streepjes dwars op het uiteinde van de zwarte band. Een hogere dan graadhouder is niet verplicht die streepjes op zijn band te dragen; een vijfde dan mag een ‘kale’ zwarte band dragen.

Alle judoka’s moeten lid zijn van een nationale judovereniging (voor Nederland is dat de Judo Bond Nederland) en een judopaspoort voor wedstrijden en examens bezitten.

  • NB 1: Het systeem van gekleurde banden en slippen is een westers systeem. In Japan heeft men de indeling: wit (6e t/m 4e kyu) – bruin (3e tot 1e kyu) – zwart.
  • NB 2: Een judoka moet voor zijn zwarte band een examen afleggen. Alle kandidaten moeten hun vaardigheden bewijzen. Het danexamen bestaat uit kata en het zogenaamde Vrije deel. In principe moet iedere judoka kata laten zien, ook omdat kata laat zien of de kandidaat wel écht over de nodige judokennis beschikt. Vroeger kregen judoka’s die geen wedstrijden hadden gedaan, een zwarte band met een witte streep in de lengte (de joshi obi) in plaats van een geheel zwarte band. Daar vrouwen in die tijd geen wedstrijden mochten spelen, werd deze band al snel een ‘vrouwenband’ genoemd.

De kyu-examens worden afgenomen door de judoclubs. 1e t/m 3e dan-examens worden afgenomen door regionale examencommissies. Alleen 4e en 5e dan-examens worden afgenomen door landelijke examencommissies. De kandidaten van 4e of 5e dan worden beoordeeld door de meesters die 6e of hogere dan hebben. Dangraden boven 6e dan worden meer op grond van verdiensten voor de judosport dan voor exceptionele bekwaamheid in het uitvoeren ervan toegekend. Bij de 6e, 7e en 8e dan is er een afwisselend roodwitte band, bij de 9e en 10e dan een rode band. De behaalde banden worden in een judopaspoort afgetekend.

Tot nu toe is de 10e dan toegekend aan slechts 19 judoka’s in de hele wereld. De meeste 10e-danhouders zijn Japanners. Slechts twee Nederlandse, Anton Geesink en Jaap Nauwelaerts de Agé, en één Britse judoka, Charles Palmer, zijn in het bezit van deze dangraad. Op 8 januari 2006 werden drie nieuwe 10e danhouders verkozen door de Kodokan, dit was voor het eerst in 22 jaar. Jigoro Kano verkreeg na zijn dood de 11e dan, een brede witte band. De filosofie van Jigoro Kano gaat echter uit van doorlopende verbetering, en er is daarom geen enkele beperking om inderdaad een 11e, 12e of hogere “dan” te halen. Toch is de 11e dan een soort psychologische grens, en uit eerbied voor Kano sensei zal daarom waarschijnlijk nooit iemand daadwerkelijk de 11e dan toegekend krijgen.